Nieuws
Agenda

‘In een goede relatie kan je het met elkaar (on)eens zijn’

1

Over de relatie met de directeur / WOR-bestuurder

In de sociale werkvoorziening wás de relatie met de directeur van oudsher enigszins ‘ geladen’, positieve uitzonderingen daargelaten. De directeur hield er - al dan niet bewust – een eigen agenda op na. Hij was niet al te loslippig, want de kans dat onrijpe informatie bij de koffie in de werkplaatsen en op de tuin een eigen leven ging leiden was een risico. De ondernemingsraad en de directeur stonden regelmatig tegenover elkaar (…. of ook bij de rechter). Beide partijen waren vaak teleurgesteld: de ondernemingsraad omdat hij niet serieus genomen werd en de directeur omdat de ondernemingsraad vooral procedurele kwesties aanhangig maakte.

Inmiddels zijn we heel wat jaren verder en kunnen we spreken van een volwassen en wederzijds gewaardeerde arbeidsverhouding. De OR heeft een eigen plaats aan de overlegtafel  als personeel vertegenwoordigende adviesraad en de relatie tussen ondernemingsraad en directeur is meestal goed.  Daarom is het des te opvallender dat in de uitingen van (sommige) OR-leden nog steeds vijandsbeelden doorklinken t.a.v. het management, en dat er zelfs strijdtaal gebruikt wordt. De woordkeuze van iemand geeft een doorkijkje naar diens beleving achter zijn woorden. ‘Hij is niet te vertrouwen’ kán betekenen: ‘ we moeten niet naïef zijn, maar ons eigen plan trekken’, maar ook ‘ik geloof hem niet, maar ik wil ook niet mijn nek uitsteken om tot een heldere afspraak te komen’.

Een OR-lid vertelt desgevraagd dat hij prima met de directeur door één deur kan, mits de deur wijd genoeg is. Dit was een grap, want het betreffende OR-lid zit in een rolstoel, maar er zit ook een kern van waarheid in als je kijkt naar alle voorbehoud dat de ondernemingsraad (soms) maakt ten aanzien van de overlegrelatie.

De volgende insteek in de communicatie met de bestuurder kan de OR helpen om wél invloed te hebben door duidelijke taal en doelbewust spreken  en tegelijkertijd te investeren in de relatie:

  • Van verwijten naar feiten ….
  • Van standpunten naar belangen …
  • Van eisen naar wensen of (liefst) een eigen voorstel …
  • Van impasse naar opties onderzoeken ….

Interventiemogelijkheden van de ambtelijk secretaris

Bovenstaande  ‘Van …. Naar’ wordt ook wel herkadering genoemd. U kunt als ambtelijk secretaris de OR-leden helpen om hun – al dan niet bewuste – overtuigingen om te buigen. Je herkent ze in de volgende zinnetjes:   ‘ hij zal wel niet het achterste van zijn tong laten zien’ , ‘ zie je wel, ze zegt wel dat ze de OR belangrijk vindt, maar ondertussen…’, ‘eerst baas, dan knecht’, ‘we moeten die informatie (welke?) krijgen, want daar hebben we recht op (en dan?)’,…. en vult u maar aan. Dit type bijdragen helpen de OR, noch zijn bestuurder verder, maar ze zijn heel goed om te zetten in het positief tegenover gestelde.

Gewoon feedback geven helpt ook, want ook zo’n persoonlijke boodschap kan de OR-leden inzicht verschaffen dat ze ‘in de contramine’ praten over de overlegpartner. De drie G’s zijn lekker praktisch en goed te onthouden:

Gedrag: ‘ als jullie zeggen de directeur niet te vertrouwen….

Gevoel: …. voel ik me teleurgesteld, omdat er onlangs duidelijke afspraken gemaakt zijn…

Gevolg: …. en het nu lijkt of die niet gelden. We kunnen weer van voren af aan beginnen.

Ook in uw verslaglegging kunt u de inhoud zó opschrijven dat de angel eruit is, terwijl tóch de boodschap duidelijk op papier staat. Bijvoorbeeld:  in plaats van ‘ de ondernemingsraad denkt erover om juridische stappen te ondernemen’ (dreigtaal, tenzij inderdaad de afspraak) wordt: ‘ de ondernemingsraad en zijn overlegpartner zijn het niet eens geworden. Aangezien er voortgang moet zijn op dit onderwerp zal de ondernemingsraad onafhankelijk advies vragen van een deskundige’. (zakelijk doel).

Het staat nergens in de functiebeschrijving van de ambtelijk secretaris, maar u kunt de ondernemingsraad echt helpen door hun spiegel te zijn.

1